Zoeken

De Emanuel Snatager Foundation helpt mensen die bij het realiseren van hun doelen en dromen last hebben van oorlog en geweld. De stichting is een sponsor van Na de Oorlog: wij hebben € 25.000 mogen ontvangen. Emanuel Snatager (1953-2020) wilde dat elke begunstigde 10% van zijn donatie ​​aan iemand anders gaf. Deze regel is geïnspireerd op de Thora, die voorschreef dat Joden om de drie jaar 10% van hun inkomen aan de armen geven. Met deze regel wilde Emanuel dat begunstigden beseffen dat er altijd andere personen zijn die ook hulp nodig hebben.


Wij hebben ervoor gekozen om de € 2.500 door te geven aan het LJG Amsterdam en het LJG Den Haag, ieder € 1.250. Dit doen we omdat we regelmatig gebruikmaken van hun leslokalen om onze gastsprekers te coachen, binnen en buiten Amsterdam en Den Haag. Yvonne Twisk van LJG Amsterdam en Henry Heijmans van LJG Den Haag zijn verheugd met de donatie: “We vinden het belangrijk wat jullie doen en blijven dit ondersteunen.”

De Emanuel Snatager Foundation helpt mensen die bij het realiseren van hun doelen en dromen last hebben van oorlog en geweld. De in 2020 opgerichte stichting is een sponsor van Na de Oorlog en Eva van der Fluit, bestuurslid, programmamanager en partner van Emanuel, legt graag uit waarom.


Emanuel Snatager, oprichter van de stichting, werkte ruim dertig jaar bij ‘Centrum 45’ als therapeut gespecialiseerd in trauma’s. Hij behandelde mensen die slachtoffer waren geworden van oorlog en/of geweld. Ook in zijn eigen familie is de oorlog niet onbekend. Zijn vader zat in Nederland ondergedoken tijdens de Tweede Wereldoorlog en is zijn hele familie kwijtgeraakt. Emanuels moeder is haar moeder en broertje verloren in Bratislava. Emanuel besloot zijn (werkende) leven hieraan te wijden en wil dit na zijn dood ook voortzetten.


"Het is goed om die verhalen de klas in te brengen, maar ook om het naar het hier en nu te trekken."


“Nog steeds zijn er mensen die last hebben van oorlog en geweld. Wij vinden het erg belangrijk om dit onderwerp bespreekbaar te maken en ons hiervoor in te zetten als stichting,” volgens Eva. “Na de Oorlog past mooi binnen onze doelstellingen door juist de jongere generaties aan te spreken en bewust te maken van wat er in het verleden mis is gegaan en wat soms nog steeds doordreunt in latere generaties.” De oorlog stopt niet noodzakelijk bij hen die er levend uit terugkeren. Het kan ook een weerslag hebben op de generaties daarna. Na de Oorlog leidt gastsprekers op om niet alleen hun familieverhaal te vertellen, maar juist ook om na afloop van de gastles het gesprek met de leerlingen aan te gaan.


Eva: “Als je een boodschap over wilt brengen, is er meer nodig dan een inhoudelijk verhaal in een boek. Het heeft veel meer impact als mensen er persoonlijk bij betrokken raken. Het is goed om die verhalen de klas in te brengen, maar ook om het naar het hier en nu te trekken. Wat doe jij? Wat kan jij doen?” De Emanuel Snatager Foundation wil een steuntje in de rug geven aan mensen die te maken hebben met oorlog of geweld en daardoor niet hun dromen kunnen najagen.


https://www.emanuelsnatagerfdn.org/

In 'Vijf vragen aan' willen wij jou laten kennismaken met onze gastsprekers. Wat beweegt hen om hun verhaal te delen en wat zijn hun obstakels en bijzondere momenten die zij tegenkomen?


Catherine neemt je tijdens haar gastles mee naar het verhaal van haar vader. Hij is Joods en gaat aan het begin van de oorlog in het verzet. “Mijn vader gaf zelf ook gastlessen op scholen over zijn ervaringen in de oorlog. Ik neem nu graag het stokje van hem over.” Corona gooide

even roet in het eten, maar Catherine staat in de startblokken om haar eerste gastlessen te geven. Ze heeft het verhaal van haar vader ook opgeschreven in haar recent verschenen boek “Oorlogsvader”.




Waarom wil jij jouw verhaal delen?

Bij ons thuis werd er weinig met elkaar over de oorlog gesproken. Ik durfde er ook niet naar te vragen, want wat viel er te zeggen? Mijn vader had de laatste anderhalf jaar van de oorlog in Sachsenhausen gezeten en zijn vader, moeder en schoonzus waren allemaal vergast in Auschwitz. Ik wilde de oude wonden van mijn vader niet extra openrijten, dus het onderwerp werd uit de weg gegaan. Vaak op rare momenten, meestal als we het heel leuk hadden, kwam de oorlog opeens ter sprake. Wanneer iedereen zat te genieten van een gebakje kon mijn vader raar uit de hoek komen door te zeggen: “Ja, geniet er maar van. In het kamp hadden we niks te eten.” En daarmee was het onderwerp ook weer afgerond. Niemand vroeg door, daar bleef het bij. Het onderwerp was vroeger niet bespreekbaar in ons gezin, maar ik vind het belangrijk om juist nu nog dit verhaal te delen.


Discriminatie is van alle tijd, ook nu nog.


Wat is voor jou de grootste uitdaging gedurende dit traject?

Ik merk een schokkende onbekendheid bij jongeren over dit onderwerp en tijdens het

voorbereidingstraject bij Na de Oorlog ben ik daar steeds meer bij stil gaan staan. Het is

belangrijk dat juist deze jonge doelgroep dit soort verhalen hoort en meer over de oorlog en de gevolgen daarvan te weten komt. Discriminatie is van alle tijd, ook nu nog. Ik hoop deze

doelgroep mee te kunnen geven dat discrimineren op afkomst of hoe je eruit ziet zinloos en

kwetsend is. Iemand die Joods is, kun jeniet opeens niet-joods maken en iemand die zwart is, maak je niet wit.


Welke ervaring van dit proces zal jou altijd bijblijven?

Het was niet altijd gemakkelijk. Ik vond het lastig om het verhaal van iemand die heel dichtbij mij staat, mijn eigen vader, om te vormen tot een gastles om dit uiteindelijk over te gaan dragen aan een jonge doelgroep. De gebeurtenissen die mijn vader heeft meegemaakt, lagen als een schaduw over mijn jeugd. Door meer in zijn levensverhaal te duiken kan ik bepaalde dingen uit mijn jeugd, en vooral hoe mijn vader in het leven stond na de oorlog, een betere plek geven.


"Kind, vrouwen kunnen net zoveel als mannen", zei mijn vader.


Wat heb je over jezelf geleerd tijdens het traject bij Na de Oorlog?

Door onderzoek te doen voor mijn boek en tijdens de voorbereiding van deze gastlessen voor Na de Oorlog, zijn er veel feiten boven water gekomen waar ik geen weet van had. Zo

kwam ik erachter dat mijn vader lid was van een gewapende verzetsgroep en dat hij een Duitse officier had neergeschoten. Ik wist dat hij gevangen had gezeten in het Oranjehotel in Scheveningen, maar in de gevangenisadministratie stond achter zijn naam “ter dood

veroordeeld”. Dat was nieuw voor mij en het doet toch iets met je als je dat achter de naam van je eigen vader ziet staan.


Wat is het mooiste advies dat jij ooit hebt gekregen?

De relatie tussen mijn vader en mij is niet altijd makkelijk geweest, maar voor één ding ben ik hem heel dankbaar. Hij zei vaak: “Kind, vrouwen kunnen net zoveel als mannen.” Dat heeft erg bepaald hoe ik ook nu nog in het leven sta. Zeker dertig jaar geleden was het verschil tussen mannen en vrouwen nog erg groot. Dan dacht ik vaak aan wat mijn vader tegen mij zei en zo vond ik nog meer kracht om door te gaan.

nieuws